DE MIDDELEEUWEN OLDAMBT

Natuur en voeding

Granaatappelen, een bron en de sleutelbloem

Een beschrijving van het ontstaan van de hortus conclusus of besloten tuin bij kloosters en hofsteden, een tuin vol met symboliek. Voorts een beschrijving van het park waar niet gejaagd mocht worden en menageries met exotische dieren van de hoven van Frankrijk, Bourgondië tot het graafschap Holland. Ook komt aan de orde het levenbrengende water op het Iberisch Schiereiland en de Arabische waterwerken die dat water brachten naar hemelse tuinen.

Een moraliserende voorganger en de valk van de keizer

Over de natuur en moraliserende en wetenschappelijke tradities waarin naast god ook de Griekse wetenschappen een rol speelden. Aandacht ook voor zeemonsters en fabeldieren die volgens de christelijke kerk een sterk moraliserende taak hadden te verrichten. Een keizer in het Heilige Roomse rijk wees dat af en ging zelf op onderzoek uit. Voorts enkele beschrijvingen van Jacob van Maerlant over een volk, dieren en fabeldieren, gevolgd door het oudste moraliserende gedicht van de Noordelijke Lage Landen 'Over de zwaluw'.

Van pluimen, snorrebotten en getemde natuur

Over hoe de mens in de middeleeuwen omging met de woeste natuur en deze begon om te zetten in landbouwgrond, over de temperatuurschommelingen en de gevolgen hiervan en over hoe de dierenwereld op velerlei gebied werd ingezet door de mens: heiligen komen langs met hun dieren en ook St. Franciscus en het christelijke liefdesbegrip, familienamen, watermerken, wapenschilden, toernooiuitdossingen, kleding, gebruiksvoorwerpen, de voedselvoorziening en vanzelfsprekend fabels waarin de samenleving via de dieren de mens aansprak op haar eigenschappen waarbij een voorbeeld vanzelfsprekend niet mag ontbreken, ja………..Pas - begonnen, half - op en heel – op.

Een voedselrijke reis door de koude, natte, droge en warme seizoenen

Hoe de Griekse voedingsleer in de middeleeuwse maatschappij werd toegepast. Welke rol speelde deze voedingsleer bij de beleving van de seizoenen en welke adviezen gaf men in de verschillende seizoenen omtrent de voeding, vasten en baden. Voorts komt de smaakstelling aan de orde met betrekking tot wat ter tafel kwam, veel specerijen maar de hartig zoete smaak kende men niet.

Griekse voedingsleer, een warmtebron en nieuwe gerechten

Over het ontstaan van de Griekse voedingsleer, de Griekse en christelijke vastenperioden, het ontstaan van nieuwe gerechten in kloosters en hoe deze de weg vonden naar hofsteden en steden, over de warmtebron in de keuken met een ode aan het essenhout, de praktijk in de keuken komt aan de orde en een beschrijving van een kookboek met ook Hollandse ingrediënten.

Over feestelijke tafelmanieren gesproken

Tafelmanieren ontstonden in de kloosters en vonden de weg naar hofsteden en steden. Maar waarom mocht er alleen met lepel en mes worden gegeten? Wat deed een schip op tafel? Eenvoudige omgangsvormen werden verheven tot sociaal middel om vooruit te komen in de wereldlijke maatschappij. Met een feestmaaltijd werd dan ook de sociale status gevierd. Wat was er nodig aan voorbereidingen voor een feestmaaltijd en wat at men bij die gelegenheid?

Tuinen